Je kent het wel, de ochtend voor jouw sollicitatiegesprek. Je stressgehalte schiet door het plafond. Eigenlijk maken we het ons moeilijker dan het daadwerkelijk is, want met je verhaal kom je verder dan dat je denkt. Hoe? Dat lees je hier. 

Als klein kind bracht ik mijn zomervakanties altijd door in Marokko. Ik was 8 toen ik samen met mijn ouders over de kronkelende wegen in het Atlasgebergte reed. Ineens gebeurde het ondenkbare: een deel van het wegdek zakte weg. De auto rolde een vallei in en maakte een val van ruim 25 meter. Wonder boven wonder kwam ik er zonder kleerscheuren uit, maar de ervaring had wel een onzichtbare krater geslagen. Om als 8-jarige de dood in de ogen te hebben gezien, was voor mij een angstig moment en het bleef me achtervolgen. Achter iedere hoek schuilde voor mij de dood. Ik was ervan overtuigd dat de dood nog een rekening had te vereffenen. Elke keer als ik met vrienden in de bomen klom, speelde er in mijn achterhoofd constant een wat-als-scenario af. Het zorgde ervoor dat ik als klein kind verlamd raakte door angst. Angst voor de dood.

2kwadraat

Vroeger

De drukke en praatgrage Yassin werd stil en rustig. Dat viel op. Ook mijn opa merkte dat op. Hij hoorde mijn eindeloze gebabbel niet meer en mijn kwajongensstreken waren als sneeuw voor de zon verdwenen. Hij nam mij op schoot en begon zijn verhaal te vertellen. Hoe hij en mijn oma in een uitzichtloze situatie zaten. Waardoor hij de oversteek naar Europa wel moest maken. Hij vertelde mij over de avonturen die hij in loop der jaren beleefde. Hij deelde zijn ervaringen, zijn belevingen en vooral zijn wijsheid met me. Mijn opa kwam met niets naar Europa, om hier iets op te bouwen voor zijn kinderen. Zodat zij het beter zouden krijgen dan hij. Hij wist mij hiermee te inspireren. Om niet meer angstig in het leven te staan. Om niet meer eindeloos wat-als-vragen te blijven stellen, maar om er gewoon voor te gaan.

Mijn opa motiveerde me om te gaan zoeken wat ik leuk vond en mijn eigen grenzen te verleggen. De Hollandse Polderdroom had me gegrepen en er was maar één ding dat ik ook wilde: Verhalen vertellen die mensen inspireren en motiveren, zoals mijn opa dat deed. Het was tevens het begin van mijn ambitie om de beste storyteller van Nederland worden. Jaren later schreef ik Bex* een brief met precies dat verhaal en ik werd uitgenodigd voor een gesprek.

“Verhalen vertellen die mensen inspireren en motiveren, zoals mijn opa dat deed.”

Het was een vroege dinsdagmorgen. Ik zat in de trein naar Amsterdam, waar ik het sollicitatiegesprek zou hebben. De conducteur riep halverwege Rotterdam Centraal en Leiden Centraal om dat de trein niet verder zou rijden. Een grote stroomstoring in Amsterdam had het treinverkeer platgelegd. Shit, wat nu? Ik dacht op dat moment aan mijn opa. Die zou zich niet laten tegenhouden door een stroomstoring. Sterker nog, die kende het hele fenomeen niet eens toen hij mijn leeftijd had. Hij zou zijn ambitie niet laten varen door zoiets stoms. Als ik de beste storyteller van Nederland wilde worden, dan moest ik me door niets of niemand laten tegenhouden. Dus ik belde Theo Hendriks op en vertelde hem dat ik er wellicht niet op tijd zou zijn, máár dat ik wel langs zou komen. Ik was die dag te laat op mijn sollicitatiegesprek. Daarnaast had ik me slecht voorbereid en stonden er nog spelfouten in mijn motivatiebrief. Toch kreeg ik de baan. Niet omdat ik het juiste paar schoenen aanhad, maar omdat ik mijn verhaal vertelde. Niet de voorgekauwde antwoorden geven op vragen waarvan je weet dat ze komen, maar laten zien wie je écht bent. Met verhalen. Want daarmee kom je verder.